EN779:2012

De Europese norm EN779 is bepalend voor het testen en classificeren van luchtfilters in de klimaattechniek. In 2012 is de nieuwe versie door het CEN aangenomen met een aantal wijzigingen op de vorige revisie uit 2002. De wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op de F7, F8 en F9 filters.

De testmethoden voor het classificeren van de filters zijn, in de 2012 revisie, hetzelfde gebleven. De G-klasse filters (grof filters) worden genormeerd door te bepalen hoeveel teststof het filter afvangt in een testopstelling. Het filter wordt gemonteerd in een luchtkanaal, waarna de teststof door het filter geblazen wordt. Het percentage (Am) dat wordt afgevangen door het filter, is bepalend voor de filterklasse. Voor de (M- en) F-klasse filters maaktmen gebruik van een vernevelde vloeistof DEHS (Diethylhexyl Sebacate), waarbij in dezelfde testopstelling de deeltjes van 0,4 micron voor en na het filter worden gemeten. De mate van afvangst (Em) van deze deeltjes is bepalend voor de filterklasse.

Minimale efficiency

Een wijziging op de EN779:2002 is het instellen van de minimale efficiency van de F7, F8 en F9 filters. In de 2002 versie werd de minimale efficiency van een filter afgeschaft. De testresultaten toonden alleen de gemiddelde efficiency over de levensduur van het filter. Hierdoor werden filters met een filterklasse F7 op de markt gebracht die een gemiddelde efficiency bereikten van 85%, maar die een initiële efficiency van < 10% realiseerde. Volgens de EN779:2002 norm voldeden de filters aan de gestelde eisen. Daarbij bieden de filters een laag initieel drukverschil, maar in de praktijk functioneerden de filters slecht. Om deze reden heeft men besloten om de minimale efficiency van de filters vast te leggen. De filters F7, F8 en F9 moeten voldoen aan een minimale efficiency  van respectievelijk 35%, 55% en 70% van de 0,4 micron deeltjes DEHS volgens de vastgestelde procedure.

Elektrostatisch ontladen

In de 2012 versie van de EN779 moeten de F7, F8 en F9 filters ook voldoen aan de minimale efficiency, nadat het filter wordt ontdaan van de elektrostatische lading. Men doet dit door middel van de vloeistof isopropanol. Het filtermedium wordt gedurende 2 minuten ondergedompeld in de vloeistof, 24 uur gedroogd en vervolgens een uur gereinigd met de hoogste kwaliteit lucht. Het medium wordt in de testomgeving geplaatst en getest. De efficiency die hier wordt gemeten moet hoger zijn dan het vastgestelde minimum percentage (zie tabel). Is dat niet het geval dan wordt de filterklasse niet toegekend.  De efficiency van het ontladen medium wordt halverwege op het testrapport getoond (zie punt 2 op testrapport).

Filterklassen

De testprocedures voor het bepalen van de filterklasse en de classificatie van de G-klasse filters blijven ongewijzigd. De F5 en F6 filters krijgen nu de classificatie M5 en M6 (zie tabel). Ondanks het wijzigen van de classificatie verandert er niets aan de testprocedure en normering van deze producten. Efficiency wordt nog steeds berekend op basis van de DEHS  aërosol test bij deeltjes van 0,4 micron. De minimale efficiency bij de M- klasse filters wordt niet gemeten.

De belangrijke wijzigingen vinden plaats bij de filters met een filterklasse F7, F8 en F9. Zij behouden de F-klasse, maar moeten nu voldoen aan de minimale efficiency bij aanvang en nadat het filter zijn elektrostatische lading heeft verloren.